Image In de dovengemeenschap in Amsterdam is "grote onrust" ontstaan over de aangekondigde subsidiestop voor het Handtheater aan de Wittenkade. Dat zegt Stefan Russel, directeur van het Doveninstituut (SWDA). Het doventheater moet in januari 2009 waarschijnlijk zijn 

deuren sluiten. Zowel de Amsterdamse Kunstraad als het Nederlands Fonds voor de Podiumkunsten (NFP) wil het in 1990 opgerichte theatertje geen subsidie meer geven. Daarmee verdwijnt het enige doventheater van Nederland. "Al eeuwen horen doven bij Amsterdam", laat de SWDA-directeur weten. "Dat heeft ook geleid tot het unieke ontstaan van Handtheater. Het is dan ook heel raar dat Amsterdam nu afstand doet van Handtheater."

Met de sluiting van het Handtheater valt een georganiseerd en gestructureerd deel van onze dovencultuur weg, vindt Russel. "Dat mag niet gebeuren. Het zou een enorm verlies zijn voor de dovengemeenschap, zowel binnen als buiten Amsterdam. Daarnaast is het ook beslist een groot verlies voor de horende samenleving, immers er is - voor zover mij bekend - in heel Europa geen kunstgezelschap dat zich niet alleen bezighoudt met producties in gebarentaal en rond de gebarencultuur, maar tevens zoekt naar wegen om de horenden- en dovenwereld samen te laten vloeien."

Te mager
Maar artistiek zou het te mager zijn, zo vindt het NFP. Doven en slechthorenden moeten weliswaar de mogelijkheid hebben om hoogstaand theater te bekijken, maar de voorstellingen van het Handtheater overtuigen artistiek niet. De Amsterdamse Kunstraad vindt de voorstellingen van het Handtheater naar binnen, op de dovenwereld, gericht. Het theater bestrijdt dat. Tachtig procent van de bezoekers zou horende zijn.

Russel kan er kwaad om worden. "Met de sluiting van het theater verarmt de noodzakelijke profilering van de dovencultuur." Het argument van de Amsterdamse Kunstraad is naar zijn mening onzin. "Het is te gek voor woorden dat Amsterdam, vol met horende theaters, geen ruimte wil bieden aan deze unieke theatervorm."

Bron: De Telegraaf / AnnieS