Image KEISERAU-KAMEN - Tot zijn eigen verbazing werd Arie Schans (55) eind november benoemd tot bondscoach van Namibië. De Veenendaler moet een ploeg creëren die gaat verrassen tijdens de Afrika Cup. Eén probleem: het toernooi begint al aan het einde van deze maand. Halverwege de training meldt bondscoach Arie Schans van Namibië zich bij de omheining rond het veld. ,,Zie je die keeper daar in het 

linkerdoel,’’ vraagt hij. ,,Die is doof.’’

Zo’n handicap moet lastig zijn, zowel voor de doelman als voor zijn trainer.

,,Is het ook. Hem tijdens een training coachen gaat nog wel, dat lukt met handen en voeten. Maar in wedstrijden heeft zijn doofheid al enkele malen tot een tegentreffer geleid, zo heb ik van mijn assistenten vernomen. Had hij niet gehoord dat er iets geroepen werd. Maar verder niets dan lof over Atheil. Na onze eerste keeper, die prof is in Zuid-Afrika, is hij onbetwist de beste keeper van Namibië.’’

In Nederland, of in elk ander voetbaltopland, is een dove doelman bij voorbaat kansloos voor een positie in de nationale ploeg. In Namibië, een land in het zuiden van Afrika met ruim twee miljoen inwoners, dus niet. Schans heeft echter weinig keus en daar zeurt hij allerminst over. De coach wist vooraf dat de mogelijkheden in Namibië behoorlijk beperkt zijn. Maar voor de makkelijke weg kiezen ligt niet in de aard van Schans. Mede daarom werd hij ooit bondscoach van Bhutan, destijds het op één na laagst geklasseerde land op de FIFA-ranglijst. Daarnaast werkte Schans als trainer op een college in Japan, was hij assistent-trainer in China en probeerde hij als technisch adviseur Mozambique op de voetbalkaart te zetten.

Deze maand staat Schans tot eigen verbazing voor zijn debuut op de Afrika Cup, het landentoernooi waarvoor Namibië zich zeer verrassend wist te plaatsen. ,,Hoofdtrainer Ben Bamfuchile uit Zambia had zijn trainersopleiding in Nederland gevolgd. Via hem kwam eind november het verzoek bij de KNVB voor een Nederlandse assistent-trainer. En dus werd ik gepolst. Toen ik van de interesse hoorde, heb ik direct de Bosatlas gepakt en gekeken waar het land precies ligt. Ik wist namelijk niets van Namibië. Is het jou bekend dat Windhoek de hoofdstad is?

,,Tot op de dag van vandaag ben ik nog nooit in Namibië geweest. Pas halverwege januari ga ik er voor het eerst naar toe. Als bondscoach, want Ben werd ernstig ziek. Kortgeleden is hij helaas overleden.’’

Dus staat Schans deze dag als hoofdtrainer op een winderig kunstgrasveld in het Duitse plaatsje Keiserau, onder de rook van Dortmund. Drie weken is hij nu met de ploeg aan de slag, maar van een leien dakje gaat het nog allerminst. Zo had de Duitse voetbalbond, die dit trainingskamp organiseert, beloofd dat Schans en zijn mannen vandaag zouden kunnen sparren met een profteam. Die opponent blijkt achteraf op zijn Afrikaans geregeld: niet dus.

,,Helaas wist ik pas erg laat dat ik deze baan zou krijgen, anders had ik zelf wel de inhoud van het trainingskamp samengesteld. Daar is het nu te laat voor gebleken. Moeten we maar een keertje extra trainen. Lastig is het wel. Nu spelen we pas op 12 januari voor het eerst een oefenwedstrijd onder mijn leiding, uit bij Senegal. Twee weken later begint de Afrika Cup al.’’

Voor het toernooi is nog werk genoeg te doen, zo leert de training. De internationals die buiten de eigen landsgrenzen competitie spelen, ontbreken vandaag bijna allemaal. Daarom is de selectie opgevuld met nagenoeg alleen jongens uit de nationale amateurcompetitie. Niveau hoofdklasse in Nederland.

Soms hoor je Nederlandse termen uit hun kelen schallen. ,,Bal vasthouden,’’ klinkt het dan. Een erfenis uit het Nederlandse koloniale verleden in zuidelijk Afrika.

Tussen zijn spelers valt de blanke coach extra op, aangezien hij de enige is die een Nike-trainingspak en jack van de KNVB draagt.

,,Onze kledingsponsor Puma levert de officiële outfits pas nét voor de start van de Afrika Cup. Ik ben dus, voordat dit trainingskamp begon, snel nog even langs het KNVB-kantoor in Zeist gereden. Daar heb ik elk trainingspak of hesje dat ik kon vinden achterin de auto geladen en mee hierheen genomen. Kijk, mijn collega-trainers lopen in jassen van de Duitse voetbalbond. Die hadden ze nog liggen in het hotel.’’

Schans lijkt een avonturier te zijn. ,,Ik kan me voorstellen dat je dat vindt,’’ zegt de coach. ,,Maar ik ben in ieder geval géén ontwikkelingswerker. Ik werk bij ploegen die zeer behoorlijk kunnen voetballen. In China ben ik dit seizoen als assistent nog landskampioen geworden met Changchun Yatai. Dan moet zo’n team tóch wat kunnen.

,,Natuurlijk was ik graag nog eens in Nederland aan de slag gegaan. Ik heb ooit bij FC Wageningen gewerkt, daarna nooit meer in het Nederlandse profvoetbal. Ik heb nimmer een manager gehad die me ergens binnen kon brengen. En het gaat toch om contacten in dit wereldje. Maar ach, al die reizen hebben het leven van mij én mijn gezin verrijkt. Toen ik in Japan werkte, is mijn dochter daar een jaar gaan studeren. Het gevolg is dat ik nu een Japanse schoonzoon heb en een half Japans kleinkind. Of ik er rijk van ben geworden? Dat de landen waarin ik heb gewerkt weinig geld hebben lijkt me duidelijk. Anders hadden ze ook wel José Mourinho aangetrokken.’’

Een rondgang langs de Namibische delegatie leert in ieder geval dat iedereen tevreden is met mister Arie. De Nederlandse manier van werken spreekt aan: spelers laten meedenken én veelal wedstrijdgericht. ,,Niet voor niets staan de Nederlandse coaches in het buitenland erg hoog aangeschreven,’’ vertelt Schans. ,,Wij kunnen overal werken en met onze visie maken we spelers beter. Vooral omdat we dus telkens aan de wedstrijden denken. In bijvoorbeeld Bhutan hadden ze voor mij een Koreaan als bondscoach. Die man liet de spelers alleen maar rennen. Daar leerden de voetballers dus niets van.’’

Dat zijn ploeg meedoet aan een eindronde is een wonder, maar nu het deelnameticket binnen is verwacht de bevolking niets minder dan de toernooiwinst. ,,We zitten in een poule met Guinee, Marokko en het gastland Ghana. Het wordt dus héél moeilijk. Maar ik kan je één ding zeggen: als straks ook de profs bij de ploeg zijn, zal blijken dat we heel aardig kunnen voetballen.

,,Nee, ik heb die spelers nog nooit in levenden lijve zien voetballen. Wél op drie dvd’s. Technisch zijn het in ieder geval prima spelers, alleen tactisch moet er een hoop gebeuren. Voor een goed resultaat tijdens de Afrika Cup is tijd mijn grootste tegenstander.’’

Bron: AD.nl